Twee korte verhaaltjes over Sri Krishna

ANOTHER STORY FROM THE MAHABHARATHA
One day a party of Yadava lords, prominent among whom were Krishna, Balram, Satyaki , Akrur etc, were returning from a hunting trip.
(The pot with 'Amrita')

By the roadside, they smelt the stomach churning smell of decay, emanating from a half rotten carcass of a dog.

"What a foul smell"- said Akrur. "These lousy city cleaners are no good.

This carcass must have been removed already.

Those irresponsible lazy idiots should be punished for this for the lack of sense of duty"- proclaimed a fuming Balarama.

"Can you see how faggots are oozing out of those decaying body parts" remarked Kritvarma.

Krishna gazed at the carcass and smiled that famous beatific smile of his.

(Krishna 's girlfriend Radha).
"What is so amusing about this rotting decaying thing, Kanha?" asked Balrama a bit annoyingly.

"Look brother. What shiny teeth this dog had!" Krishna replied.
Yadava elites looked at each other be musingly.

"He is not reckoned a great man for nought.

He'll always find something beautiful about everything.
Krishna you are indeed God incarnate" mused Satyaki.

(Krishna is blessing and protecting Droupadi)
(the wife of Pandavas).

Here the deeper meaning could be that it says:
on every closed door, there is always an opening, or something new to find.

Or on the other side of something bad or ugly, we always can find something good or nice, if we open our eyes.

2. SRI KRISHNA
Sri Krishna was geen dief. 
Krishna leefde tussen de herders-kinderen en Radha was zijn geliefde melkmeisje gedurende de tijd dat hij op aarde leefde in zijn jeugd. 

Ze waren dan ook meestal samen te vinden. Zij en de godheid Krishna. Maar in feite was zij getrouwd met een andere herders-jongen, maar toch, ondanks dat, was zij de grote geliefde van Krishna. 
(Krishna and Radha)

Bij 'Bhakti', (devote overgave) bij Vaishnavisme, (een spirituele beweging) word de vrouw Radha wel gezien als het symbool van de menselijke ziel en de man, Krishna, wordt dan gezien als een godheid. 

Sri Krishna was zeker geen dief. 

Want precies zoals de zon geen licht nodig heeft van een kaarsvlam, op die manier had Sri Krishna ook nooit iets, of wat dan ook nodig van iemand anders. 
Sommige vrienden van hem, waarmee hij in zijn jeugd omging, waren arm. 
En als Krishna dan met ze aan het spelen was klaagden ze over honger en over het feit dat er niets te eten was voor ze. 

Daarom deed Krishna daar iets aan door visites af te leggen bij verschillende rijkere Gopi 's, die genoeg eten in huis hadden. 
Daar pakte hij boter en gaf het vervolgens aan zijn vrienden die dan weer hun maag ermee vulden. 
Voor hemzelf had hij niets nodig, hij was een godheid. 

Die familie mensen van de herders, waar Krishna naartoe ging, waren niet zo gek op hem vanwege het feit dat ze dachten dat Krishna ook maar een gewone herders-jongen was en ze jaagden hem weg als ze hem zagen aankomen. Maar Krishna was altijd slimmer dan hen. 

Alle arme herders-kinderen en herders aanbaden Krishna en gaven alles aan Krishna wanneer ze er de kans voor zagen. 
Op die manier konden ze in contact met hem komen en hem een plezier doen. Ze zetten alle producten voor hem klaar als ze dachten dat hij langs zou komen, zoals boter, melk en kaas. En duimden er dan zelfs voor dat hij deze keer echt bij hen langs kwam!
Op die manier wist Krishna hen in de ban te houden en hun gebeden te beantwoorden en stal hij hun hart. Iedereen kende Krishna.  

In feite was Krishna heel goed in boogschieten en wist hij overal eten weg te halen en als het nodig was kon hij met een pijl drie vogels tegelijk wakker schieten. 

Alle vrienden en herders waren blij en trots op Krishna, die de mooiste, slimste en liefste van allemaal was.  

In hun gebeden waren de herders en vooral de herders-kinderen,  continu bij Krishna, wat hen natuurlijk uiteindelijk heel gelukkig maakte.  
Alles bij elkaar genomen was dat enorm slim van de alom geliefde Krishna. 
Dorien Jansen 


Plaats reactie.

;
You can follow me on:



You can donate on:

;